Wereldvreemd

Wereldvreemd

Daar ging ik dan; studeren in Amsterdam. Alleen. Al mijn vrienden studeerden in Breda. Maar ik kende Breda al lang genoeg. Ik wilde een andere kant uit. Ik wilde wat nieuws. Meer ontdekken. Daarbij zat de opleiding die ik wilde doen ook alleen in Amsterdam. Een goed excuus voor mij om die richting op te gaan. Maar wereldvreemd als ik ben had ik geen idee hoe ver ik mezelf in het diepe ging gooien.

Altijd al heb ik gewoond in een klein dorpje in Brabant. Ik had daar alles zitten; mijn familie en vrienden, mijn voetbalvereniging en mijn bijbaantje. Nu woon ik in de stad. Maar voordat ik hier ging wonen, ben ik eerst een jaar lang elke dag naar Amsterdam gereisd. Twee uur heen en twee uur terug. Fietsend naar de bushalte in een dorp verderop, de bus naar Utrecht, de trein naar Amsterdam en de metro richting het gebouw. Vooral al deze verschillende vormen van openbaar vervoer was erg wennen in het begin. De eerste dag zocht ik een kwartier naar de metro, terwijl die op hetzelfde perron bleek te zijn als waar ik de trein uitstapte. Ik stak over zonder te kijken, in de veronderstelling dat er toch niets aan kwam. Mijn mond viel open toen ik zag dat alle mensen zonder blikken of blozen doorfietsten, terwijl er anderen voor een zebrapad stonden. Iedereen rijdt door rood. Een bus op rails? Oh dat is nou een tram. Zoveel incheckpoortjes. Zoveel mensen. Zoveel drukte. Alles was nieuw. En dan nog alle mensen op mijn opleiding. Alleen in het eerste jaar zaten al 600 studenten. En iedereen was anders. Ik vond ze allemaal ‘zo stads’. Die uitgesproken kleding, aparte hoeden, bijzondere brillen, blauw haar… Erg overdreven allemaal, is het niet? Maar niemand die er daar van opkijkt. Welkom in de grote stad.

Nu, drie jaar later, kijk ik ook nergens meer van op. Tot ik op een dag op de metro stond te wachten met een paar klasgenoten. Ik vertelde een verhaal, maar ik onderbrak mezelf omdat ik de metro aan zag komen. “Houdoe!”, riep ik en liep naar de metro. Een klasgenoot pakte me bij mijn arm en trok me terug. Vol verbazing keek ze me aan. “Wacht even. Wat zei je nou?” Met een zenuwachtige blik richting de metro herhaalde ik in sneltreinvlucht mijn verhaal. “Nee, nee, nee. Dat daarna. Hou-doe?!”. “Oooh dat. Zoek het maar op!”, riep ik terwijl ik instapte.

Ik voelde mijn mondhoeken naar boven gaan en een glimlach vormde zich op mijn gezicht. Ha! Wie zegt dat Amsterdammers niet ook een beetje wereldvreemd kunnen zijn?!

Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *