Tijd voor een ijsje?!

Tijd voor een ijsje?!

Ik ben met mijn klas op studiereis in Berlijn. Buiten op de grond liggen allemaal matjes. Matjes om op te liggen. Tassen staan overal en nergens; door elkaar heen gegooid op de grond. Niemand die echt aanspreekbaar is, want iedereen is te druk. Druk met van alles en nog wat. Ik volg het niet. Ik weet niet waarmee zij zó druk zijn, dat ze geen eens tijd hebben om even met mij te kletsen. Maar dan komt er een meisje aangelopen. Ze heeft een ijsje in haar hand en ik zie hoe zij vol overgave de aandacht van alle drukbezette studenten weet te stelen. Hoe ze iedereen aanraadt om ook lekker een ijsje te gaan halen. Ook mij. Ze komt naar me toe en enthousiast vertelt ze me waar ik zo’n ijsje kan halen. Natuurlijk volg ik haar advies op, want wie wil er nu niet een ijsje als het lekker weer is?! Ik loop erheen en kom terecht in een soort oud schuurtje, waar werkelijk alles in bruintinten is geverfd. Een lange, oude man staat achter de kassa. Hij kijkt me aan. Ik had verwacht dat een ‘goedemiddag’ er wel vanaf kon, maar in plaats daarvan mompelt hij iets onverstaanbaars. Zijn bovengemiddeld bolle buik steekt net boven de donkerbruine toonbank uit. Ik zie een muur met al het ijs dat hij heeft te bieden. Niet op een ijskaart. Nee, de ijsjes liggen klaar om uit de muur getrokken te worden; net zoals de frikandellen bij de FEBO. Er is veel keuze. En de keuze is lastig. Ik twijfel tussen een Magnum en een Cornetto. Beide zijn het mijn favoriete ijsjes. Ik overweeg de voor- en nadelen van beide. Van een Magnum vind ik vooral de buitenkant erg lekker, terwijl een Cornetto in mijn ogen meer inhoud heeft. Omdat er naast chocolade en ijs, óók nootjes en een hoorntje – mét onderin nog eens extra chocolade! – bij zit. Na een kwartier wikken en wegen hak ik eindelijk de knoop door. Ik loop vrolijk met een Cornetto in mijn hand terug richting de matjes. Maar de matjes zijn weg. Iedereen is weg. Shit! Is het al 17.00 uur? Ik haast me naar de bus. De bus die terug naar huis zou gaan. Ik zie hem rijden en als een speer ren ik erheen. Ik zwaai en ik spring en ik roep zo hard als ik kan. Maar de bus rijdt genadeloos keihard door alsof die zelf nog een bus te halen heeft. Met mijn handen op mijn knieën sta ik voorovergebogen om op adem te komen. Vluchtig pak ik mijn telefoon. Ik bel het meisje die me het ijsje aanraadde. Ze zegt me dat ze de bus niet meer kan laten stoppen, omdat de buschauffeur haar negeert. Fuck. Wat nu?! Ik word onrustig en ineens gaan mijn ogen open en staar ik naar mijn witte plafond. Ik voel dat ik lig onder mijn eigen dekens en ik zie mijn eigen bed. Oh… Oke. Gelukkig. Het was maar een droom. Een droom die mij vertelt dat iedereen te weinig met elkaar communiceert, omdat iedereen ‘te druk’ is. Die mij erop attendeert dat het totaalplaatje altijd belangrijker is dan alleen een goede buitenkant. En die slaat op het feit dat ik een bloedhekel heb aan chaufs die ongegeneerd wegrijden als ze je met alle kracht en moeite zien rennen om die bus nog te halen, maar die droom dus voor je verpesten. Of misschien. Misschien was het ‘maar gewoon’ een droom. Zoals vele andere. Ach, wat maakt het ook uit. Ik ga in ieder geval lekker een ijsje halen, want daar is het weer voor. Aanrader! Zou jij ook moeten doen ;).

 

Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *